De Fiets
De Fiets
Veel mensen kennen het vervoermiddel fiets wel,tegenwoordig kennen we de nieuwe fiets.Het gaat om een voertuig dat wordt aangedreven door spierkracht. Een fiets bestaat uit twee wielen, soms uit drie, het heeft een frame, een stuur, een zadel, een trapas met pedalen en een fietsketting. Tot 1966 werd de fiets in Nederland een rijwiel genoemd. In België noemen ze het een velo, het Franse woord voor fiets. Hoewel wij niet de uitvinders zijn van de fiets,staat de Hollandse fiets wel voor degelijkheid. De Hollandse fiets is overal een begrip geworden. Vooral de nieuwe fiets die na 1920 worden gemaakt zit veel innovatie, en loop de Hollandse fiets voorop.
De loopfiets is uitgevonden door Baron Karl Drais. Zijn fiets bestond uit houten wielen, een houten frame en een ijzeren velg. Een eenvoudig zadel, een primitief stuur en er bevond zich een soort rem op het achterwiel. Deze loopfiets had geen trappers. In 1817 werd het eerste exemplaar gemaakt. Zijn toestel noemde hij zelf de velocipede. In 1830 werd de handkar voor op het spoor gemaakt, dit werd ook wel een draisine naar Von Drais genoemd. Vanaf 1865 kwam een toestel naar voren dat echt op de fiets begon te kijken zoals wij deze nu kennen. Het ging hierbij om een tweewieler die gebouwd zou zijn door een Fransman genaamd Pierre Michaux en zijn zoon Ernest. Deze fiets had een ijzeren frame en bestond uit ijzeren wielen. Zo volgden er een aantal nieuwe modellen en in 1868 werd dan eindelijk de eerste fiets met kettingaandrijving gebouwd. De trappers zaten op dat moment aan het frame en niet meer aan de wielen.
John Dunlop heeft in 1888 het patent aangevraagd op lucht gevulde fietsbanden, de banden gingen de massief rubberen banden vervangen. Het patent moest later worden ingetrokken want in 1845 zou Thomson hem al voor zijn geweest. Het patent op het ventiel mocht hij houden. Er worden nog steeds nieuwe modellen van de fiets gemaakt, maar we kennen de fietsen nog zoals vroeger. Het uiterlijk blijft gelijk alleen veranderen er soms wat kleine details.